De basisregels van blackjack

Als u tot 21 kunt tellen en zonder fouten kunt optellen, bent u al een eind op weg om dit zeer populaire casinospel te spelen. Zodra u over 21 gaat (“pontoon” voor de Britten), wordt uw portemonnee aangesproken. Bij blackjack is kunnen tellen tot boven 21 dus niet iets om prat op te gaan.


Aan de blackjacktafel speelt u uitsluitend tegen de dealer en niet tegen de andere spelers, zoals bij veel andere gokspelen het geval is. De blackjackregels zijn eenvoudig. Het belangrijkste doel is om niet stuk te gaan (bust) omdat het totaal van de punten van uw kaarten meer bedraagt dan 21. Alleen dan kunt u tegen de dealer blijven spelen en eventueel uw winst op zak steken.


Punten van de kaarten: De kaarten twee tot en met tien hebben hun nominale waarde. De plaatjes (boer, dame, heer) zijn 10 punten waard. De aas is 11 punten waard, tenzij de speler daardoor boven 21 gaat, in dat geval is de aas 1 punt waard. U kunt op verschillende manieren het begeerde totaal van 21 bereiken. Als u met twee kaarten 21 punten hebt (een aas en een tienpuntenkaart, hoeft u niets meer te doen en bent u automatisch een winnaar (tenzij in het zeldzame geval dat de dealer ook blackjack heeft; dan wint niemand). Als dit niet uw ultieme geluksdag is en u moet aan uw winst werken, doet u dit door meer kaarten te vragen (“hit” – zie de woordenlijst via de link voor gevorderden) na de eerste twee en het totaal van 21 zo dicht mogelijk te benaderen zonder erover te gaan.

 

Hoe wint u?
Zoals reeds vermeld, speelt u alleen tegen de dealer. De dealer moet bij het spel een aantal regels volgen als vertegenwoordiger van de bank (het casino). De speler dient de positie van de dealer tijdens het spel in te schatten en op basis daarvan zijn/haar spel te bepalen. Verschillende spelers aan dezelfde tafel kunnen tegelijkertijd winnen.